ECLI:NL:RBDHA:2024:5829
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep tegen vaste tegemoetkoming slachtoffers geweld in jeugdzorg
Eiser, slachtoffer van fysiek, psychisch en seksueel geweld in jeugdzorginstellingen tussen 1969 en 1978, kreeg een vaste tegemoetkoming van €5000,- toegekend op grond van de Tijdelijke regeling financiële tegemoetkoming voor slachtoffers van geweld in de jeugdzorg. Hij vond dit bedrag te laag en verzocht om een hogere vergoeding, vergelijkbaar met compensatieregelingen voor slachtoffers van misbruik binnen de Rooms-Katholieke Kerk en het Leger des Heils.
De rechtbank oordeelde dat de Tijdelijke regeling een vast bedrag van €5000,- voorschrijft zonder ruimte voor afwijking. Het doel van de regeling is erkenning bieden, niet volledige schadevergoeding. De hogere bedragen bij andere regelingen zijn niet vergelijkbaar vanwege een hogere bewijslast.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en wees zij het verzoek om een hogere tegemoetkoming af. Eiser krijgt geen terugbetaling van griffierecht of proceskosten. De uitspraak werd gedaan door rechter G.P. Kleijn op 10 april 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de vaste tegemoetkoming van €5000,- wordt ongegrond verklaard.