ECLI:NL:RBDHA:2024:5746
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening en medische problematiek
Eiser, een Syrische asielzoeker, heeft in Nederland een asielaanvraag ingediend die niet in behandeling is genomen omdat Duitsland op grond van de Dublinverordening verantwoordelijk is. Eiser voert aan dat zijn ernstige psychiatrische klachten, waaronder schizofrenie en suïcidale gedachten, een bijzondere omstandigheid vormen die Nederland verplicht de aanvraag aan zich te trekken.
De rechtbank beoordeelt de medische stukken en concludeert dat er geen reëel en bewezen risico is op een aanzienlijke en onomkeerbare achteruitgang van de gezondheidstoestand van eiser bij overdracht aan Duitsland. Eiser staat niet onder actieve medische behandeling en er is geen concreet verhoogd risico op zelfmoord aangetoond. Ook is onvoldoende onderbouwd dat Duitsland geen veilige of effectieve behandeling kan bieden.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht geen BMA-advies heeft ingewonnen en dat de medische problematiek geen reden geeft om af te wijken van de Dublinverordening. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.