Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
Inleiding
Wat ging aan deze procedure vooraf
(de rechtbank begrijpt: het besluit van 20 augustus 2021 herzien en)bepaald dat de korting € 87,63 is. De ZW-uitkering vanuit het dienstverband bij [bedrijfsnaam 1] wordt per 21 juli 2021 vastgesteld op € 26,29. Hierna heeft het UWV de besluiten genomen die in de inleiding zijn genoemd.
Wat vindt het UWV
€ 12.947,51 (bruto) te veel heeft ontvangen en eiseres moet dat bedrag terugbetalen. Ter zitting heeft het UWV toegelicht dat als eiseres de terugvordering in 2022 zou hebben betaald, dat dan kon worden volstaan met het nettobedrag van € 9.723,06.
Wat vindt eiseres
Wat vindt de rechtbank
29 september 2021 en 15 oktober 2021 brieven met een voorlopige korting van € 61,34 op de ZW-uitkering.
€ 61,34 werd wel genoemd in de brieven van 29 september 2021 en 15 oktober 2021 betreffende de voorlopige korting. Op basis van het dossier maakt de rechtbank op dat eiseres na de brief van 15 oktober 2021 geen andere brieven meer heeft gehad betreffende een (voorlopige) korting van € 61,34. Uit het dossier blijkt echter ook niet dat het UWV hierna zou hebben afgezien van het korten van de ZW-uitkering uit het dienstverband bij [bedrijfsnaam 2] B.V. op de ZW-uitkering vanuit het dienstverband bij [bedrijfsnaam 1].