Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Ethiopische nationaliteit, diende op 11 maart 2022 een asielaanvraag in, die door de staatssecretaris op 17 oktober 2023 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser stelde sympathisant te zijn van het Oromo Liberation Front (OLF) en gaf aan vanwege politieke activiteiten te zijn gedetineerd en gemarteld.
De rechtbank beoordeelde het beroep op 6 december 2023 en concludeerde dat eiser summiere en tegenstrijdige verklaringen gaf over zijn steun aan het OLF, de aard van de donaties en de vertrouwensband met de tussenpersoon. Ook waren er inconsistenties over zijn detentie, de aard van zijn werkzaamheden en de wijze waarop hij een visum verkreeg.
De staatssecretaris mocht deze verklaringen ongeloofwaardig achten, mede omdat eiser geen ondersteunend bewijs leverde. De rechtbank vond de motivering van de staatssecretaris voldoende en oordeelde dat eiser geen vluchteling is in de zin van het Vluchtelingenverdrag en bij terugkeer geen reëel risico loopt op ernstige schade.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter K.M. de Jager en openbaar gemaakt op 16 januari 2024.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.