ECLI:NL:RBDHA:2024:5632
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling
Verzoekster heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De voorzieningenrechter heeft op verzoek van verzoekster een voorlopige voorziening overwogen om de uitzetting te voorkomen.
Verweerder, de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, heeft zich niet verzet tegen de toewijzing van de voorlopige voorziening. Gezien de spoedeisendheid en de belangen van verzoekster, is besloten de uitzetting te verbieden tot vier weken na de beslissing op het bezwaar.
Daarnaast is verweerder veroordeeld in de proceskosten van verzoekster en dient het betaalde griffierecht te worden vergoed. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter G.P. Loman en griffier M.M.A.F.C. Lienaerts en is uitgesproken op 22 maart 2024.
Uitkomst: De voorlopige voorziening wordt toegewezen en de uitzetting van verzoekster wordt verboden tot vier weken na de bezwaarbeslissing.