5.3Het oordeel van de rechtbank
Na te melden maatregel is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden waaronder dit is begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van het feit
De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan de aangeefster, door haar onverhoeds met kracht op het hoofd te slaan met een mes. Door aldus te handelen heeft de verdachte op grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van de aangeefster. Dit rekent de rechtbank de verdachte zwaar aan. Tevens vond dit alles plaats in het openbaar in een tram waar meerdere personen getuige van zijn geweest. In de regel veroorzaakt dit angst bij ooggetuigen en veroorzaakt het algemene gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving.
Het strafblad
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 8 maart 2024. Daaruit blijkt dat de verdachte niet recentelijk is veroordeeld voor soortgelijke (gewelds)feiten, maar wel voor een andersoortig feit.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft acht geslagen op de Pro Justitia rapportage van het Pieter Baan Centrum (hierna: PBC) over de verdachte van 15 september 2023 opgemaakt door C.A.M. van der Meijs, psychiater, en [GZ psycholoog] , GZ-psycholoog (hierna: de deskundigen). De deskundigen concluderen in hun rapport het volgende.
De deskundigen concluderen dat de verdachte lijdt aan een ernstige psychische stoornis, te weten schizofrenie. Daarnaast is er ook sprake van een stoornis in het gebruik van cannabis. Zowel de schizofrenie als de stoornis in cannabisgebruik waren ten tijde van het ten laste gelegde aanwezig. Uit het onderzoek is duidelijk geworden dat de verdachte ook zonder het gebruik van cannabis lijdt aan de genoemde chronische psychose met bijbehorende cognitieve problemen die gedragsproblemen tot gevolg hebben. Vanwege de ernst van de schizofrenie en de desorganisatie van het denken dient te worden uitgegaan van een direct causaal verband tussen de schizofrenie en het ten laste gelegde. Volgens de deskundigen is er in deze zaak geen gedragskundig 'gezond' scenario denkbaar op grond waarvan de verdachte zijn handelen als de gemiddelde mens in vrije wil richting heeft gegeven. De verdachte had ten gevolge van deze stoornis geen reflectie of corrigerend vermogen.
Hij was geheel in de ban van zijn stoornis en daarmee wilsonvrij om tot gezonder gedrag te komen dan wel van dit gedrag af te kunnen zien. Om die reden wordt geadviseerd om de verdachte het ten laste gelegde niet toe te rekenen.
De schizofrenie zorgt voor een blijvende instabiliteit in het psychische functioneren van de verdachte. In de afgelopen jaren is de verdachte moeilijk behandelbaar gebleken, terwijl hij
zonder gebruik van medicatie chronisch psychotisch zal blijven. Er is een gebrek aan zelfinzicht (inzicht in de stoornis, en waarschijnlijk ook in zijn gedrag ten tijde van het ten laste gelegde) en geen motivatie voor behandeling, waardoor hij zich hieraan onttrekt. Het risico op recidive wordt ingeschat als hoog, vanwege de aard en duur van de psychose, het directe causale verband tussen symptomen van de psychose (schizofrenie) en het ten laste gelegde, en vanwege de vele eerdere incidenten.
Om dit risico te verminderen is behandeling in een zeer hoog beveiligde omgeving, waarin met name vrouwelijk personeel op haar hoede dient te zijn voor plotselinge (seksueel) agressieve impulsdoorbraken, noodzakelijk. Zonder dwingend kader zal de verdachte onvoldoende in staat zijn om te profiteren van behandeling. Vanwege de ernst van de pathologie, en de bovenbeschreven risicotaxatie wordt geadviseerd om aan de verdachte de tbs-maatregel met bevel tot verpleging van overheidswege op te leggen.
De rechtbank heeft verder kennisgenomen van het reclasseringsadvies van Reclassering Nederland over de verdachte van 18 september 2023. Hierin wordt geconcludeerd dat een tbs-maatregel met voorwaarden niet haalbaar is. Het hoge risico op acuut geweld bij willekeurige slachtoffers in combinatie met het ontbreken van ziektebesef en het feit dat de verdachte zich niet aan voorwaarden kan (laat staan wil) houden, maakt dat de reclassering de tbs-maatregel met voorwaarden of enig ander voorwaardelijk kader onvoldoende acht om het recidiverisico te beperken terwijl behandeling van de psychische problematiek door deskundigen noodzakelijk wordt geacht. Verder is er instabiliteit op de leefgebieden en kent de verdachte geen beschermende factoren. Het risico op onttrekking aan behandeling binnen een voorwaardelijke veroordeling dan wel een tbs-maatregel met voorwaarden wordt daarom hoog geschat. Hiermee ligt het risico op herhaling van ernstige geweldsdelicten als het ten laste gelegde in de lijn der verwachting. De reclassering adviseert derhalve om, bij een bewezenverklaring van het ten laste gelegde, aan de verdachte de tbs-maatregel met dwangverpleging op te leggen.
Nu de conclusies en adviezen van de reclassering, psychiater en psycholoog omtrent de psychische en persoonlijkheidsproblematiek van de verdachte en de mate waarin die hebben bijgedragen aan de totstandkoming van het tenlastegelegde op zorgvuldige en inzichtelijke wijze worden gedragen door hun bevindingen, neemt de rechtbank die over en maakt de rechtbank die tot het hare.
Strafbaarheid van de verdachte
De rechtbank neemt ten aanzien van de strafbaarheid de conclusies van de psycholoog en de psychiater over en volgt hun advies. Het bewezenverklaarde kan de verdachte derhalve wegens de ziekelijke stoornis niet worden toegerekend. De verdachte dient ter zake daarvan dan ook te worden ontslagen van alle rechtsvervolging.
TBS met dwangverpleging
Op grond van de Pro Justitia rapporten en het reclasseringsrapport is de rechtbank van oordeel dat is voldaan aan de wettelijke vereisten voor het opleggen van een tbs-maatregel. Bij de verdachte bestond een ziekelijke stoornis van de geestvermogens ten tijde van het bewezenverklaarde. Daarnaast betreft het begane strafbare feit, poging zware mishandeling, een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld en is het recidiverisico hoog.
De deskundigen en de reclassering concluderen dat - teneinde het recidiverisico te verminderen - behandeling in een zeer hoog beveiligde omgeving noodzakelijk is en dat er onvoldoende mogelijkheden zijn om met voorwaarden de risico’s te beperken of het gedrag van de verdachte te veranderen. Daarbij speelt een rol dat er een hoog risico is op acuut geweld bij willekeurige slachtoffers, de verdachte geen ziektebesef en ziekte-inzicht heeft en zich niet aan voorwaarden kan houden. Gelet op deze omstandigheden acht de rechtbank een tbs-maatregel met voorwaarden niet aan de orde.
De vraag resteert of de door de rechtbank noodzakelijk geachte behandeling in het kader van een tbs-maatregel met dwangverpleging kan en moet worden opgelegd. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen het opleggen van de maatregel eist en dat zulks tevens geldt voor de noodzaak tot verpleging van overheidswege. Daartoe is redengevend dat het begane feit ernstig is, dat het recidiverisico hoog is en dat de complexe problematiek van de verdachte die daaraan ten grondslag ligt intensieve en op de verdachte toegesneden behandeling vereist. De rechtbank zal dan ook de tbs-maatregel met dwangverpleging opleggen. Daarbij merkt zij op dat de maatregel wordt opgelegd ter zake van een misdrijf dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam, zodat de totale duur van de maatregel een periode van vier jaren te boven kan gaan.