ECLI:NL:RBDHA:2024:5589

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 april 2024
Publicatiedatum
18 april 2024
Zaaknummer
AWB 23/8586
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning langdurig ingezetene EU

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning als langdurig ingezetene van de EU. De staatssecretaris heeft deze aanvraag op 17 april 2023 afgewezen en tevens geweigerd een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd te verlenen en de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlengen. In het besluit is tevens een terugkeerbesluit opgenomen, waarbij verzoeker Nederland en de EU binnen vier weken moet verlaten.

Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit, maar de staatssecretaris heeft het bezwaar op 5 juli 2023 ongegrond verklaard. Vervolgens heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft op 8 maart 2024 reeds uitspraak gedaan in een gerelateerde zaak (zaaknummer AWB 23/8585) en wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 12 april 2024 door de voorzieningenrechter J.F.I. Sinack en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 23/8586

uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 april 2024 in de zaak tussen

[Naam], verzoeker

V-nummer: [Nummer]
(gemachtigde: mr. J.M. Bell),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Inleiding

In het besluit van 17 april 2023 heeft de staatssecretaris de aanvraag van verzoeker voor een verblijfsvergunning als langdurig ingezetene van de EU afgewezen. De staatssecretaris heeft daarnaast geweigerd een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd te verlenen en om de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlengen. De staatssecretaris heeft in het besluit opgenomen dat het tevens een terugkeerbesluit is en dat verzoeker Nederland en de EU binnen vier weken moet verlaten. Met het besluit van 5 juli 2023 (bestreden besluit) op het bezwaar van verzoeker is de staatssecretaris bij zijn besluit gebleven.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Met de mondelinge uitspraak van 8 maart 2024, zaaknummer AWB 23/8585, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan op 12 april 2024 door mr. J.F.I. Sinack, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van N.A. D’Hoore, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.