ECLI:NL:RBDHA:2024:5589
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering verblijfsvergunning langdurig ingezetene EU
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning als langdurig ingezetene van de EU. De staatssecretaris heeft deze aanvraag op 17 april 2023 afgewezen en tevens geweigerd een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd te verlenen en de geldigheidsduur van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlengen. In het besluit is tevens een terugkeerbesluit opgenomen, waarbij verzoeker Nederland en de EU binnen vier weken moet verlaten.
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit, maar de staatssecretaris heeft het bezwaar op 5 juli 2023 ongegrond verklaard. Vervolgens heeft verzoeker beroep ingesteld bij de rechtbank Den Haag en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft op 8 maart 2024 reeds uitspraak gedaan in een gerelateerde zaak (zaaknummer AWB 23/8585) en wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 12 april 2024 door de voorzieningenrechter J.F.I. Sinack en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de verblijfsvergunning wordt afgewezen.