Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
William Schrikker Stichting Jeugdbescherming, gevestigd te Amsterdam,
Rechtbank Den Haag
De Raad voor de Kinderbescherming verzocht om een voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing van een prematuur en dysmatuur geboren minderjarige, vanwege zorgen over de veiligheid en ontwikkeling van het kind. De moeder en vader zijn betrokken, waarbij de moeder moeite heeft met het opvolgen van adviezen en de ouders ruzie maakten in het bijzijn van het kind. De vader vertoonde agressief gedrag richting hulpverlening en moeder.
De minderjarige verblijft momenteel in een netwerkpleeggezin bij familie van moederszijde, waar hij zich goed ontwikkelt. De Raad en de gecertificeerde instelling onderschrijven het verzoek en benadrukken het belang van een korte intensieve gezinsopname om de draagkracht en opvoedvaardigheden van de moeder en haar familie te beoordelen.
De moeder betwist dat zij onvoldoende opvoedvaardigheden heeft en stelt dat de hulpverlening vrijwillig kan worden voortgezet. De vader staat niet achter de gezinsopname met de familie van moederszijde vanwege conflicten.
De kinderrechter oordeelt dat er een ernstig vermoeden bestaat dat de wettelijke grond voor ondertoezichtstelling is vervuld en dat de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk is ter bescherming van het kind. De beschikking wordt toegewezen en de maatregelen worden voor de duur van drie maanden vastgesteld, met onmiddellijke ingang en uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De kinderrechter wijst de voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing toe voor de duur van drie maanden.