ECLI:NL:RBDHA:2024:554
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Machtiging tot voortzetting van inbewaringstelling wegens dreigend ernstig nadeel bij psychogeriatrische aandoening
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek tot machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling van cliënt, geboren in 1955, die verblijft in een zorgaccommodatie vanwege een psychogeriatrische aandoening, de ziekte van Alzheimer.
Cliënt vertoonde suïcidale uitingen en incoherent gedrag, waardoor hij op een gesloten afdeling werd geplaatst. Zijn zoon maakte zich zorgen over de thuissituatie, waar cliënt onder meer ’s nachts dwaalde, hulpdiensten belde en de zoon overbelast raakte. De advocaat van cliënt betwistte de medische verklaring vanwege het ontbreken van een fysiek onderzoek door de psychiater, die vanwege COVID-19 het onderzoek via beeldbellen deed.
De rechtbank oordeelde dat het niet fysiek onderzoeken van cliënt in deze situatie verantwoord was gezien de gezondheidsrisico’s. De medische verklaring, bevestigd door artsen van de crisisdienst en de zoon, toonde aan dat cliënt 24-uurs zorg en toezicht nodig heeft die thuis niet geboden kan worden. Gezien het onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en het ontbreken van minder bezwarende alternatieven, werd de machtiging voor voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken verleend.
Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de inbewaringstelling voor zes weken wegens onmiddellijk dreigend ernstig nadeel en noodzaak tot 24-uurs zorg.