ECLI:NL:RBDHA:2024:5536
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak wegens niet-behandeling op grond van Dublinverordening
Verzoekers, allen van Syrische nationaliteit, hebben een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvragen niet in behandeling genomen, omdat Duitsland verantwoordelijk wordt geacht voor de behandeling van de asielaanvragen op grond van de Dublinverordening.
Verzoekers hebben tegen deze besluiten beroep ingesteld en tevens verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken en beroepen op 10 april 2024 behandeld, waarbij verzoekers en hun gemachtigde niet zijn verschenen. De gemachtigde van verweerder was wel aanwezig.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen omdat bij uitspraak van dezelfde dag in de hoofdzaak de beroepen zijn behandeld, waardoor een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter D.M. Schuiling en is geanonimiseerd gepubliceerd. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvragen.