Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [v-nummer] , eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Inleiding
1.2 Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Turkse nationaliteit, diende op 26 februari 2024 een asielaanvraag in die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet-ontvankelijk werd verklaard op 12 maart 2024. Eiser vreesde vervolging wegens belediging van de Turkse president en voerde een nieuw strafdossier aan als relevant element.
De rechtbank oordeelt dat hoewel het nieuwe element door de eerste fase van de beoordeling kwam, het niet relevant is omdat eiser nagelaten heeft de beloofde bewijsstukken te overleggen. Daarnaast is het overgelegde Turkse strafvonnis niet overtuigend en vertoont het inconsistenties met de verklaringen van eiser.
Verder concludeert de rechtbank dat de aanvraag mede is gedaan om uitzetting te frustreren, gezien de timing en het gedrag van eiser. De eerdere asielaanvragen en verblijfsaanvragen zijn ook afgewezen of buiten behandeling gesteld.
De rechtbank bevestigt dat verweerder terecht de aanvraag niet-ontvankelijk heeft verklaard en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.