ECLI:NL:RBDHA:2024:5377

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 april 2024
Publicatiedatum
15 april 2024
Zaaknummer
NL23.24895
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Richtlijn 2001/55/EGUitvoeringsbesluit (EU) 2022/382Art. 8:83 lid 4 AwbArt. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning voorlopige voorziening tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander

Verzoeker, een derdelander met tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming, kreeg bij besluit van 24 augustus 2023 de tijdelijke bescherming beëindigd. Hiertegen werd beroep ingesteld en een voorlopige voorziening gevraagd. Na intrekking van het besluit en het beroep door de staatssecretaris, volgde een nieuw terugkeerbesluit van 7 februari 2024, waarbij de bescherming per 4 maart 2024 eindigt en vertrek binnen vier weken wordt geëist.

Verzoeker stelde beroep in tegen dit terugkeerbesluit en vroeg opnieuw om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting vanwege onverwijlde spoed en stelde vast dat de situatie van verzoeker gelijk is aan die van anderen waarvoor reeds een voorlopige voorziening is getroffen.

De voorzieningenrechter besloot het verzoek toe te wijzen, waardoor verzoeker voorlopig niet hoeft te vertrekken, zijn recht op opvang behoudt en in Nederland mag werken. Er werd geen aanvullende proceskostenveroordeling opgelegd, aangezien reeds een ordemaatregel was getroffen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen, waardoor verzoeker voorlopig in Nederland mag blijven met behoud van opvang en werk.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.24895

uitspraak van de voorzieningenrechter van 12 april 2024 in de zaak tussen

[verzoeker], V-nummer: [nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. R.W.J.L. Loonen),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker.
1.1
Verzoeker behoort tot de groep derdelanders met een tijdelijke verblijfsrecht in Oekraïne die na het uitbreken van de oorlog in Oekraïne naar Nederland zijn gevlucht en hier tijdelijke bescherming kregen op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming. [1]
1.2.
Bij besluit van 24 augustus 2023 heeft de staatssecretaris deze tijdelijke bescherming van verzoeker per 4 september 2023 beëindigd. Verzoeker heeft tegen dat besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen. Op 30 januari 2024 heeft de staatssecretaris het besluit van 24 augustus 2023 ingetrokken. Verzoeker heeft vervolgens op 6 februari 2024 zijn beroep ingetrokken.
1.3.
Bij besluit van 7 februari 2024 (het terugkeerbesluit) heeft de staatssecretaris aan verzoeker medegedeeld dat de tijdelijke bescherming van verzoeker van rechtswege op 4 maart 2024 eindigt en dat hij binnen vier weken na deze datum Nederland moet verlaten.
1.3.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit terugkeerbesluit. [2] De rechtbank heeft het nog openstaande verzoek om een voorlopige voorziening om proceseconomische redenen aangemerkt als een verzoek hangende dit beroep.
1.4.
Omdat onverwijlde spoed dat vereist, doet de voorzieningenrechter uitspraak zonder zitting. [3]

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Als tegen een besluit beroep bij de rechtbank is ingesteld, kan de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening treffen als onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. [4]
3. De voorzieningenrechter verwijst naar de uitspraak van de voorzieningenrechter van deze rechtbank en zittingsplaats van 4 april 2024. [5] Voor de personen in deze uitspraak is een voorlopige voorziening getroffen. De situatie van verzoeker is gelijk te stellen aan de situatie van de personen waarvoor een voorlopige voorziening is getroffen.
4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening daarom toe. Het treffen van de voorlopige voorziening betekent dat verzoeker voorlopig niet uit Nederland hoeft te vertrekken, dat hij zijn recht op opvang in Nederland behoudt en dat hij in Nederland mag blijven werken.
5. Ten aanzien van verzoeker is op 31 augustus 2023 een ordemaatregel getroffen, waarin de staatssecretaris al is veroordeeld in de door verzoeker redelijkerwijs gemaakte proceskosten voor het indienen van het verzoekschrift. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding voor een aanvullende proceskostenveroordeling.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek toe;
- bepaalt dat verzoeker wordt behandeld alsof het recht op tijdelijke bescherming bedoeld in de Richtlijn Tijdelijke Bescherming en de daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluiten, op hem van toepassing is, tot uitspraak is gedaan op het beroep.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.W.B. Heijmans, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van R.P.H. Evers, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022.
2.Zaaknummer NL24.15684.
3.Artikel 8:83, vierde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
4.Dat staat in artikel 8:81 van Pro de Awb.