ECLI:NL:RBDHA:2024:5377
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toekenning voorlopige voorziening tijdelijke bescherming Oekraïense derdelander
Verzoeker, een derdelander met tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming, kreeg bij besluit van 24 augustus 2023 de tijdelijke bescherming beëindigd. Hiertegen werd beroep ingesteld en een voorlopige voorziening gevraagd. Na intrekking van het besluit en het beroep door de staatssecretaris, volgde een nieuw terugkeerbesluit van 7 februari 2024, waarbij de bescherming per 4 maart 2024 eindigt en vertrek binnen vier weken wordt geëist.
Verzoeker stelde beroep in tegen dit terugkeerbesluit en vroeg opnieuw om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting vanwege onverwijlde spoed en stelde vast dat de situatie van verzoeker gelijk is aan die van anderen waarvoor reeds een voorlopige voorziening is getroffen.
De voorzieningenrechter besloot het verzoek toe te wijzen, waardoor verzoeker voorlopig niet hoeft te vertrekken, zijn recht op opvang behoudt en in Nederland mag werken. Er werd geen aanvullende proceskostenveroordeling opgelegd, aangezien reeds een ordemaatregel was getroffen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen, waardoor verzoeker voorlopig in Nederland mag blijven met behoud van opvang en werk.