Eiser ontving Tozo-uitkeringen voor de periodes maart-mei 2020 en januari-maart 2021, maar verweerder trok deze in en vorderde terug omdat eiser niet op 17 maart 2020 was ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, een vereiste voor Tozo.
Eiser voerde aan dat hij zich tijdig had aangemeld en dat de inschrijving door de KvK was vertraagd, maar kon dit niet met controleerbare gegevens onderbouwen. Verweerder handhaafde de terugvordering zonder een belangenafweging te maken.
De rechtbank oordeelde dat verweerder een discretionaire bevoegdheid had om de uitkeringen in te trekken en terug te vorderen, maar dat hij deze bevoegdheid niet had uitgeoefend door een redelijke belangenafweging te maken. Daarom vernietigt de rechtbank het besluit en draagt verweerder op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met de omstandigheden van het geval.