ECLI:NL:RBDHA:2024:521
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid na bezwaarbesluit
Verzoeker heeft een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 30 juni 2021 is afgewezen. Tegen dit primaire besluit is bezwaar gemaakt, waarop op 13 september 2021 een besluit op bezwaar is genomen. Verzoeker heeft vervolgens een verzoek om voorlopige voorziening ingediend bij de voorzieningenrechter.
De voorzieningenrechter overweegt dat op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een verzoek om voorlopige voorziening alleen mogelijk is indien er een bezwaar- of beroepsprocedure aanhangig is. Nu het bezwaar is afgedaan en er geen beroep is ingesteld binnen de daarvoor gestelde termijn, is er geen procedure meer aanhangig.
Daarmee is het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De voorzieningenrechter verklaart het verzoek niet-ontvankelijk en sluit daarmee de procedure af.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat het bezwaar is afgedaan en geen beroep is ingesteld.