Uitspraak
[Naam], eiser
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder
Overwegingen
Beslissing
verklaart het beroep gegrond;
Rechtbank Den Haag
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Den Haag op 8 april 2024 een hersteluitspraak gedaan ter verbetering van haar eerdere uitspraak van 7 maart 2024. De hersteluitspraak betreft een kennelijke misslag in de hoogte van de proceskostenveroordeling.
De gemachtigde van eiser heeft terecht gewezen op het feit dat na de zitting nog een schriftelijke reactie op een schriftelijk standpunt van verweerder was ingediend. Deze reactie was ten onrechte niet meegewogen bij de berekening van de proceskosten. De rechtbank heeft daarom de proceskostenveroordeling aangepast.
De rechtbank veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van €2.187,50. Dit bedrag is vastgesteld op basis van punten voor het indienen van het beroepschrift, het verschijnen ter zitting en het indienen van de schriftelijke reactie na de zitting, vermenigvuldigd met een wegingsfactor en een waarde per punt.
De uitspraak van 7 maart 2024 wordt hiermee gecorrigeerd, zonder dat dit gevolgen heeft voor de termijn voor hoger beroep tegen de oorspronkelijke uitspraak. Tegen deze hersteluitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser tot een bedrag van €2.187,50.