Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam moeder], eiseres, V-nummer: [v-nummer moeder]
[kind 1]en
[kind 2]
Rechtbank Den Haag
Eiseres, een Syrische vrouw, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid tot afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor haarzelf en haar twee minderjarige kinderen. De aanvraag was gedaan door haar broer, die in Nederland verblijft met een asielvergunning. De staatssecretaris erkende de familierechtelijke relatie maar oordeelde dat er geen sprake was van gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro en dat de belangenafweging in het nadeel van eiseres uitviel.
De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin werd geoordeeld dat er wel hechte persoonlijke banden bestaan tussen eiseres, haar kinderen en haar broer, en dat de belangenafweging niet juist was uitgevoerd. In het bestreden besluit handhaafde de staatssecretaris zijn standpunt, waarbij hij onder meer het economisch belang van Nederland en het restrictief toelatingsbeleid zwaar liet wegen.
De rechtbank oordeelt dat de belangenafweging opnieuw onjuist is, onder meer omdat de kleinere beoordelingsruimte bij aanwezigheid van minderjarige kinderen niet is gevolgd, de omstandigheden in Syrië (waaronder dakloosheid door een aardbeving en het verlies van de echtgenoot) onvoldoende zijn meegewogen, en het contact via videobellen niet gelijkwaardig is aan fysiek gezinsleven. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan eiseres.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.