ECLI:NL:RBDHA:2024:5170
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking beroep wegens niet tijdig beslissen
Verzoeker stelde op 16 januari 2024 beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn bezwaarschrift van 13 juni 2023. Tijdens de procedure besloot de staatssecretaris alsnog het enkelvoudige visum voor kort verblijf af te geven en maakte geen bezwaar meer tegen de afgifte.
Hierop trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten. De rechtbank stelde vast dat de staatssecretaris aan verzoeker tegemoet was gekomen door alsnog een beslissing te nemen. Hierdoor was het verzoek om proceskostenvergoeding kennelijk gegrond.
De rechtbank veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van € 437,50 aan proceskosten, gebaseerd op de kosten van beroepsmatige rechtsbijstand en een wegingsfactor van 0,5 vanwege de beperkte aard van het beroep. Tevens werd de griffierechtvergoeding van € 187,- aan verzoeker toegekend.
Uitkomst: De staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van € 437,50 aan proceskosten en € 187,- aan griffierecht aan verzoeker.