ECLI:NL:RBDHA:2024:517

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 januari 2024
Publicatiedatum
19 januari 2024
Zaaknummer
NL24.1396
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 8:83 Awb
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen uitzetting naar Duitsland in asielprocedure

Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling is genomen omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn voor de aanvraag. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en daarnaast gevraagd om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter heeft op 15 januari 2024 zonder zitting uitspraak gedaan en het verzoek tot voorlopige voorziening toegewezen. Dit betekent dat het besluit van 17 november 2023 wordt geschorst en verzoeker niet mag worden uitgezet naar Duitsland totdat het beroep inhoudelijk is behandeld door de meervoudige kamer van de rechtbank.

De voorzieningenrechter motiveert dat toewijzing van de voorziening niet ingrijpend is, aangezien het slechts opschorting betreft zonder onomkeerbare gevolgen. Daarnaast is vastgesteld dat verzoeker belang heeft bij het afwachten van de uitkomst van het beroep in Nederland.

Verder is de staatssecretaris veroordeeld tot het betalen van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875,- voor één proceshandeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: Het verzoek tot voorlopige voorziening wordt toegewezen en verzoeker mag niet worden uitgezet naar Duitsland totdat op het beroep is beslist.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.1396

uitspraak van de voorzieningenrechter van 15 januari 2024 in de zaak tussen

[verzoeker], v-nummer: [nummer], verzoeker(gemachtigde: mr. M.J.A. Rinkes),

en

de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

(gemachtigde: L.E. Beket).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorlopige voorzieningenrechter op het verzoek van verzoeker tot het treffen van een voorlopige voorziening vanwege het besluit van 17 november 2023, waarin de staatssecretaris de aanvraag van verzoeker om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling heeft genomen omdat Duitsland verantwoordelijk zou zijn voor de aanvraag.
1.1.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.2.
De voorzieningenrechter nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. [1]

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. In artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staat dat de voorzieningenrechter die bevoegd is in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening kan treffen, als tegen een besluit beroep is ingesteld en onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. De voorzieningenrechter doet op dit verzoek uitspraak zonder zitting. Artikel 8:83, derde lid, van de Awb maakt dit mogelijk.
3. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
3.1.
Het beroep van verzoeker zal worden verwezen (naar de meervoudige kamer) en behandeld door de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats. Verzoeker heeft er belang bij om de uitkomst van het beroep in Nederland te kunnen afwachten. De voorzieningenrechter wijst om die reden het verzoek om een voorlopige voorziening toe.
3.2.
Toewijzing van de gevraagde voorziening is niet ingrijpend. Het opschorten van de rechtsgevolgen van het besluit van 17 november 2023 betekent slechts dat verzoeker totdat op zijn beroep uitspraak wordt gedaan, niet mag worden uitgezet. Toewijzing van het verzoek heeft ook geen onomkeerbare gevolgen.

Conclusie en gevolgen

4. De voorzieningenrechter wijst het verzoek toe en treft de voorlopige voorziening dat het besluit van 17 november 2023 wordt geschorst en dat verzoeker niet mag worden uitgezet naar Duitsland totdat is beslist op het beroep.
4.1.
Omdat het verzoek wordt toegewezen heeft verzoeker recht op vergoeding van de door hem gemaakte proceskosten. De staatssecretaris moet deze vergoeding betalen. De vergoeding is met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. Voor de rechtsbijstand door een gemachtigde krijgt verzoeker een vast bedrag per proceshandeling. Elke proceshandeling heeft een waarde van € 875,-. De gemachtigde heeft één proceshandeling verricht, namelijk het indienen van een verzoekschrift. De vergoeding bedraagt dan € 875,-.

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijs het verzoek toe;
- verbiedt de overdracht van verzoeker aan Duitsland totdat is beslist op het beroep;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van € 875.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.H.W. Bodt, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. V. Bouman, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dit mogelijk.