ECLI:NL:RBDHA:2024:5143
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen last onder dwangsom en invordering wegens overschrijding terrasoppervlakte
Eiseres, exploitant van een horecagelegenheid, kreeg een last onder dwangsom opgelegd vanwege het plaatsen van een terras met een oppervlakte van 88 m2, terwijl de vergunning slechts 20 m2 toestond. Na constatering van de overtreding en het niet beëindigen daarvan, werd de dwangsom geïnd.
Eiseres voerde aan dat het terras conform tijdelijke coronaregels was geplaatst en dat zij onjuist was geïnformeerd over de mogelijkheden tot uitbreiding via een kruimelontheffing. Tevens stelde zij dat verweerder niet handhavend had opgetreden tijdens lopende procedures, waardoor invordering onevenredig zou zijn.
De rechtbank oordeelde dat de tijdelijke regeling was verlopen en dat eiseres de terrasafmetingen niet had teruggebracht. Er was geen concreet zicht op legalisatie en geen bijzondere omstandigheden die handhaving of invordering zouden rechtvaardigen. Klachten van omwonenden ondersteunden het handhavingsbeleid. Het beroep werd ongegrond verklaard en het griffierecht bleef voor rekening van eiseres.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de last onder dwangsom en de invordering daarvan wordt ongegrond verklaard.