ECLI:NL:RBDHA:2024:5135
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in zaak verblijfsvergunning zelfstandige
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning met als verblijfsdoel arbeid als zelfstandige. Deze aanvraag is door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bij besluit van 15 december 2023 afgewezen als ongegrond. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tevens verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met gerelateerde zaken op 12 maart 2024 behandeld. Verzoeker, zijn gemachtigde en een tolk waren aanwezig, evenals de gemachtigde van de staatssecretaris. Op dezelfde dag is in een andere zaak (NL24.973) uitspraak gedaan op het beroep tegen het bestreden besluit.
Gezien de uitspraak op het hoofdberoep acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.