ECLI:NL:RBDHA:2024:5122
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Iraakse nationaliteit, heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. Dit besluit is genomen omdat Kroatië volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag.
Eiser voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kan worden toegepast vanwege pushbacks, lage inwilligingspercentages en problemen met opvang in Kroatië. Daarnaast stelde hij dat hij onvoldoende gelegenheid had gekregen om zijn asielmotieven toe te lichten en dat Kroatische autoriteiten hem niet konden beschermen.
Tijdens de zitting heeft eiser het beroep op het niet kunnen vertrouwen op het interstatelijk vertrouwensbeginsel laten vallen, zodat het geschil zich beperkte tot de vraag of artikel 17, tweede lid, van de Dublinverordening toegepast had moeten worden en of eiser voldoende gelegenheid had gekregen om zijn ervaringen te verklaren.
De rechtbank oordeelt dat verweerder terecht geen toepassing gaf aan artikel 17, omdat eiser zijn vrees niet voldoende onderbouwde en de asielmotieven niet relevant zijn voor de vaststelling van de verantwoordelijke lidstaat. Tevens mocht van eiser worden verwacht dat hij klachten zou indienen bij de Kroatische autoriteiten.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, het bestreden besluit blijft in stand en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen wordt ongegrond verklaard.