ECLI:NL:RBDHA:2024:4984
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep inzageverzoek persoonsgegevens op grond van AVG tegen Universiteit Utrecht
Eiseres verzocht op 15 juli 2022 inzage in haar persoonsgegevens bij de Universiteit Utrecht, waaronder haar studentendossier en mailwisselingen. De universiteit verleende inzage in mailverkeer en later alsnog in het studentendossier. Eiseres voerde aan dat het bezwaar niet volledig was heroverwogen en dat inzage in alle e-mails was nagelaten.
De rechtbank oordeelde dat de universiteit terecht inzage had verleend in de persoonsgegevens die verwerkt werden en dat het bezwaar gegrond was verklaard waar inzage aanvankelijk was nagelaten. De stelling dat namen van medewerkers onzorgvuldig waren weggelakt, werd verworpen omdat de bezwaargronden summier waren en de universiteit haar standpunt had toegelicht.
Verder werd geoordeeld dat de mail waar eiseres inzage in wenste geen persoonsgegevens van haar bevatte en dat voor bestuurlijke documenten een verzoek op grond van de Wet open overheid mogelijk is. De procedure bij de universiteit waarbij de privacy officer zowel inzageverzoek als bezwaar behandelde, werd niet onrechtmatig bevonden.
Het beroep werd ongegrond verklaard, eiseres kreeg geen proceskostenvergoeding en het griffierecht werd niet teruggegeven. De uitspraak bevestigt dat het inzagerecht conform de AVG is toegepast en dat de procedure zorgvuldig is verlopen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen het inzagebesluit van de Universiteit Utrecht wordt ongegrond verklaard.