ECLI:NL:RBDHA:2024:4949
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijheidsbeperkende maatregel voor vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
De rechtbank Den Haag behandelde het beroep van een vreemdeling van Armeense nationaliteit tegen een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op grond van artikel 56 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De maatregel verplicht eiseres zich te bevinden in een specifieke locatie in de gemeente Westerwolde, omdat zij geen rechtmatig verblijf heeft en niet aan de verplichting tot vertrek voldoet.
Eiseres stelde dat zij uit eigen beweging naar de opvanglocatie was gegaan en dat zij bereid was terug te keren naar haar land van herkomst. Zij voerde aan dat de maatregel disproportioneel was en geen belang van openbare orde diende. De staatssecretaris motiveerde dat de maatregel noodzakelijk is om de openbare orde te waarborgen en om opvang te bieden zolang eiseres niet vertrekt.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris de maatregel deugdelijk heeft gemotiveerd en dat eiseres geen rechtmatig verblijf heeft, noch voldoet aan de vertrekplicht. De maatregel is proportioneel en noodzakelijk om het vertrekproces te faciliteren. Het beroep is daarom ongegrond verklaard. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen de vrijheidsbeperkende maatregel wordt ongegrond verklaard en de maatregel blijft van kracht.