ECLI:NL:RBDHA:2024:4897
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublin-verantwoordelijkheid Frankrijk
Eiser, met de Tunesische nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, maar de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam zijn aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublin-verordening.
Eiser stelde dat de beschikking onzorgvuldig was omdat het verantwoordelijke land niet was ingevuld en dat hij in Frankrijk ernstige problemen ondervond, waaronder medische problemen en een suïcidepoging, waardoor terugkeer onaanvaardbaar zou zijn. De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van de naam van het land een verschrijving was en dat dit eiser niet in zijn belangen schaadde.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiser geen bewijs had geleverd dat terugkeer naar Frankrijk tot onaanvaardbare problemen zou leiden. Zijn medische klachten waren niet onderbouwd met documenten en uit zijn eigen verklaringen bleek dat hij in Frankrijk psychiatrische hulp had ontvangen. De rechtbank achtte Nederland niet het meest aangewezen land voor behandeling.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk ongegrond en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.