ECLI:NL:RBDHA:2024:488
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak Dublinprocedure
Verzoeker, een Nigeriaanse asielzoeker, heeft een aanvraag tot verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend bij de Nederlandse staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. Deze heeft het verzoek niet in behandeling genomen omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit te schorsen. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 8 januari 2024 behandeld.
De voorzieningenrechter overweegt dat nu in de hoofdzaak uitspraak is gedaan, een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. Daarom wordt het verzoek afgewezen. Tevens is er geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is definitief en er staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak is beslist.