ECLI:NL:RBDHA:2024:4873
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs diefstal met geweld en valse politielegitimatie
Op 12 april 2019 vond een diefstal plaats in een woning te 's-Gravenhage waarbij een tas met geld en een mobiele telefoon werden weggenomen. Verdachte werd samen met twee medeverdachten aangehouden en beschuldigd van diefstal met geweld en het gebruik van een valse politielegitimatie om toegang te verkrijgen.
Tijdens de inhoudelijke behandeling op 22 maart 2024 heeft de rechtbank het bewijs onderzocht, waaronder verklaringen van de aangevers, fotoconfrontaties, camerabeelden, en telefoongegevens van verdachte. Hoewel verdachte overeenkwam met het signalement van een vrouwelijke dader en haar auto werd genoemd, ontbrak het aan direct bewijs dat zij daadwerkelijk betrokken was bij de diefstal.
De rechtbank concludeerde dat het bewijs onvoldoende was om de betrokkenheid van verdachte wettig en overtuigend vast te stellen. Ook kon niet worden bewezen dat toegang was verschaft door middel van een valse order. De vorderingen van de benadeelde partijen tot schadevergoeding werden afgewezen vanwege de vrijspraak. De beslaggenomen voorwerpen werden aan verdachte teruggegeven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van betrokkenheid bij diefstal met geweld.