ECLI:NL:RBDHA:2024:4821
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in Dublin-zaak tegen niet-behandeling asielaanvraag
Verzoekers, van Syrische nationaliteit, hadden een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvragen niet in behandeling genomen omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens het Dublin-verdrag. Verzoekers stelden beroep in tegen dit besluit en vroegen de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter behandelde het verzoek samen met soortgelijke zaken op 27 maart 2024. Tijdens de zitting waren verzoekers en hun gemachtigde aanwezig, evenals de gemachtigde van de staatssecretaris. Na het onderzoek werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat de rechtbank reeds op dezelfde datum uitspraak had gedaan in de hoofdzaak, waardoor een voorlopige voorziening niet meer noodzakelijk was.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter D.M. Schuiling en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen is afgewezen.