ECLI:NL:RBDHA:2024:4757
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielzaak na beroepsuitspraak
Verzoekster heeft een aanvraag tot verlenging van een verblijfsvergunning asiel ingediend, welke door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 16 januari 2024 is afgewezen als kennelijk ongegrond. Tegen dit besluit heeft verzoekster beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak op 15 februari 2024 behandeld. Op dezelfde dag als deze uitspraak is in de hoofdzaak een uitspraak gedaan, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk was. Daarom is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op €875,-, voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van €875,-.