ECLI:NL:RBDHA:2024:4752
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- S. Ketelaars – Mast
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening in asielzaak Dublinverordening
De zaak betreft een verzoeker van Colombiaanse nationaliteit die een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd had ingediend. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat Duitsland verantwoordelijk was voor de behandeling op grond van de Dublinverordening.
Verzoeker had tegen dit besluit beroep ingesteld en tevens een voorlopige voorziening gevraagd. De voorzieningenrechter heeft de zaak zonder zitting behandeld op basis van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.
Op dezelfde dag heeft de rechtbank uitspraak gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.674). Hierdoor acht de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk en wijst het verzoek af.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.