ECLI:NL:RBDHA:2024:4749
Rechtbank Den Haag
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot schadevergoeding na onterechte voorlopige hechtenis deels toegewezen
De verzoeker werd verdacht van seksueel uitbuiten en aanzetten tot bedelarij van zijn dochter, maar werd op 28 juni 2022 vrijgesproken. Hij verzocht om vergoeding van immateriële en materiële schade als gevolg van zijn detentie. De rechtbank oordeelde dat de immateriële schadevergoeding verhoogd moest worden vanwege bijzondere omstandigheden tijdens detentie, zoals mishandeling en pesterijen, en kende €39.585 toe.
De verzoeker vorderde daarnaast vergoeding voor vernietigde meubels en gederfde inkomsten. De rechtbank vond de onderbouwing hiervoor onvoldoende en wees deze vorderingen af. De rechtbank overwoog dat de gevolgen voor het gezag en de uithuisplaatsing van de kinderen onvoldoende direct verband hielden met de detentie.
De beslissing werd genomen na openbare raadkamerzitting waarbij zowel verzoeker als officier van justitie werden gehoord. De vergoeding wordt betaald uit de staatskas. De uitspraak benadrukt het belang van goede onderbouwing van materiële schade en de mogelijkheid tot verhoging van forfaitaire schadevergoeding bij bijzondere omstandigheden.
Uitkomst: De rechtbank kent een verhoogde forfaitaire schadevergoeding van €39.585 toe, wijst vergoeding voor inkomstenderving en vernietigde meubels af.