ECLI:NL:RBDHA:2024:4742
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening in asielprocedure
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de verzoeker een aanvraag gedaan voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft deze aanvraag op 3 maart 2024 niet-ontvankelijk verklaard. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld en tegelijkertijd een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met de hoofdzaak op 28 maart 2024 behandeld. Omdat de rechtbank op die datum uitspraak heeft gedaan in de hoofdzaak (zaaknummer NL24.8644), is een voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk.
Daarom heeft de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter S. Ketelaars - Mast en is openbaar gemaakt op 4 april 2024. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat de hoofdzaak reeds is beslist.