ECLI:NL:RBDHA:2024:4735
Rechtbank Den Haag
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Toekenning vergoeding raadsman aan vrijgesproken verdachte ex art. 530 Sv
De rechtbank Den Haag heeft op 2 april 2024 het verzoek van een verdachte toegewezen tot vergoeding van de kosten van zijn raadsman. De verdachte was op 28 juni 2022 vrijgesproken van verdenkingen van seksueel uitbuiten en aanzetten tot bedelarij van zijn dochter. Dit vonnis is onherroepelijk.
De verdachte verzocht vergoeding van de kosten van zijn raadsman tot een bedrag van €19.662,50, vermeerderd met €680,00 voor de kosten van het indienen en behandelen van het verzoek ex artikelen 530 en 533 Sv. De officier van justitie stemde in met gedeeltelijke toekenning, waarbij een deel van de kosten nog niet betaald was door de verdachte.
De rechtbank oordeelde dat gronden van billijkheid aanwezig zijn en dat de kosten redelijk en gespecificeerd zijn. Ook het feit dat een deel van de kosten nog niet betaald is, vormt geen beletsel voor vergoeding. De rechtbank kende daarom het volledige bedrag van €20.342,50 toe, te betalen door de Staat.
De beslissing werd genomen door de meervoudige raadkamer, onder voorzitterschap van mr. B.A. Sturm, en uitgesproken in openbare zitting op 2 april 2024.
Uitkomst: Verzoek tot vergoeding van kosten raadsman aan vrijgesproken verdachte wordt volledig toegewezen.