ECLI:NL:RBDHA:2024:4704
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, met de Syrische nationaliteit, verzoekt de rechtbank om het beroep te beoordelen tegen het besluit van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De staatssecretaris baseert dit besluit op de Dublinverordening, waarbij Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag.
Eiser stelt dat hij niet terug kan naar Oostenrijk en dat hij bij zijn broer in Nederland wil blijven vanwege zijn analfabetisme en afhankelijkheid van zijn broer voor dagelijkse zaken. Hij beroept zich op artikel 17 van Pro de Dublinverordening om het verzoek aan Nederland toe te wijzen.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd van de familierechtelijke band en de bijzondere zorgrelatie met zijn broer. De Dublinverordening is niet bedoeld voor gezinshereniging op reguliere gronden, maar bepaalt welke lidstaat verantwoordelijk is voor de asielaanvraag. Het beroep wordt daarom kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
De rechtbank kent geen proceskosten toe aan eiser en wijst erop dat tegen de uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening geen rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt kennelijk ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.