ECLI:NL:RBDHA:2024:4676
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S. Ketelaars - Mast
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat op grond van de Dublinverordening Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling. De staatssecretaris baseert zich op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en het feit dat Duitsland het verzoek tot terugname heeft aanvaard.
Eiser stelt dat hij en zijn partner uit het Schengengebied verwijderd zullen worden en in Moldavië geen adequate medische zorg zullen ontvangen vanwege hun etniciteit. De rechtbank oordeelt echter dat deze enkele stelling onvoldoende is om te concluderen dat Duitsland zijn internationale verplichtingen schendt. Tevens is niet aannemelijk gemaakt dat klagen bij Duitse autoriteiten onmogelijk is.
Verder voert eiser aan dat zijn partner zwanger is en binnenkort zal bevallen, maar ook dit leidt niet tot toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De rechtbank volgt de staatssecretaris dat medische voorzieningen in Duitsland vergelijkbaar zijn en dat concrete aanwijzingen ontbreken dat Nederland geschikter is voor behandeling.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag blijft in stand.