ECLI:NL:RBDHA:2024:4656
Rechtbank Den Haag
- Beslissing RC
- Rechtspraak.nl
Schorsing executie gevangenisstraf wegens verschoonbare termijnoverschrijding hoger beroep
De verzoeker is bij vonnis van 13 november 2023 veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf. Hij stelde hoger beroep in op 17 december 2023, na het verstrijken van de beroepstermijn, vanwege verwarring over oproepingen voor een zitting op 30 oktober 2023. De officier van justitie wilde de executie voortzetten omdat het vonnis onherroepelijk zou zijn, maar de voorzieningenrechter oordeelde dat de termijnoverschrijding mogelijk verschoonbaar is.
De voorzieningenrechter onderzocht de feiten en constateerde dat de verzoeker twee oproepingen ontving voor dezelfde zittingsdag met verschillende tijden, waarvan één was ingetrokken. Dit leidde tot verwarring waardoor de verzoeker de zitting niet bijwoonde en de beroepstermijn niet tijdig in acht nam. De rechter achtte het niet uitgesloten dat het gerechtshof de informatievoorziening door het Openbaar Ministerie als onvoldoende zou beoordelen.
Gezien het belang van de verzoeker om zijn hoger beroep in vrijheid af te wachten en het ontbreken van een specifiek belang van het Openbaar Ministerie bij onmiddellijke executie, werd de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf geschorst totdat het gerechtshof definitief heeft beslist over het hoger beroep.
Uitkomst: De rechtbank schorst de executie van de gevangenisstraf totdat het gerechtshof onherroepelijk beslist over het hoger beroep.