ECLI:NL:RBDHA:2024:4623
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen onrechtmatige bewaring van statushouder met schadevergoeding
Eiser, een statushouder die internationale bescherming geniet in Duitsland sinds 2016, werd op 20 maart 2024 door verweerder onderworpen aan een maatregel van bewaring op grond van artikel 59a van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit, dat tevens als verzoek tot schadevergoeding werd aangemerkt.
Verweerder heeft de bewaring op 22 maart 2024 opgeheven. De rechtbank behandelde het beroep op 27 maart 2024 en oordeelde dat de maatregel vanaf het moment van opleggen onrechtmatig was omdat artikel 59a Vw niet van toepassing was gezien de status van eiser als statushouder.
De rechtbank kende een schadevergoeding toe van €330 voor drie dagen onrechtmatige vrijheidsontneming en veroordeelde de Staat tot betaling van proceskosten van €1.750. De uitspraak werd gedaan door rechter B.F.Th. de Roos en griffier R. de Mul in openbare zitting.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, bewaring onrechtmatig, schadevergoeding van €330 en proceskosten van €1.750 toegewezen.