ECLI:NL:RBDHA:2024:4616
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening in terugkeerbesluit vreemdeling niet-ontvankelijk verklaard
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 7 februari 2024 een besluit genomen waarin is vastgesteld dat verzoeker vanaf 5 maart 2024 niet langer rechtmatig in Nederland verblijft en dat hij de Europese Unie binnen vier weken na 4 maart 2024 moet verlaten. Dit terugkeerbesluit is gebaseerd op het feit dat de tijdelijke bescherming onder Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van rechtswege eindigt na 4 maart 2024.
Verzoeker heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en daarnaast tweemaal een voorlopige voorziening gevraagd om tijdens de behandeling van het beroep zijn tijdelijke bescherming en de daarbij behorende voorzieningen te behouden. De voorzieningenrechter beoordeelt het tweede verzoek om voorlopige voorziening en verklaart dit verzoek kennelijk niet-ontvankelijk omdat bij een eerdere uitspraak op 19 maart 2024 al een voorlopige voorziening is toegewezen die verzoeker behandelt als een vreemdeling die nog onder de werking van Richtlijn 2001/55/EG valt.
De voorzieningenrechter concludeert dat verzoeker geen belang heeft bij een tweede voorlopige voorziening die hetzelfde beschermt als de reeds toegewezen voorziening. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is niet vatbaar voor hoger beroep of verzet.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat reeds een eerdere voorlopige voorziening is toegewezen.