ECLI:NL:RBDHA:2024:4586
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek ontheffing inburgeringseis bij machtiging voorlopig verblijf voor gezinshereniging
Eiseres heeft een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) aangevraagd voor gezinshereniging met haar echtgenoot in Nederland. De aanvraag werd afgewezen omdat zij niet voldeed aan het inburgeringsvereiste buitenland, namelijk het niet behalen van het basisexamen inburgering.
Eiseres verzocht om ontheffing van deze eis vanwege haar beperkingen, waaronder gezondheidsproblemen, analfabetisme en leeftijd, die het volgens haar onmogelijk maken het examen te halen. Verweerder wees dit verzoek af, stellende dat eiseres onvoldoende inspanningen heeft geleverd en dat de medische informatie geen vrijstelling rechtvaardigt.
De rechtbank oordeelt dat de besluitvorming zorgvuldig is verlopen, dat eiseres ruimschoots gelegenheid heeft gehad om stukken in te dienen en dat de inspanningen onvoldoende zijn onderbouwd. De medische situatie van eiseres rechtvaardigt geen vrijstelling, mede omdat zij niet heeft aangetoond dat zij geheel niet in staat is een inspanning te leveren.
Ook is geen strijd met de Gezinsherenigingsrichtlijn vastgesteld, omdat de inburgeringsverplichting niet onredelijk belemmerend is. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het griffierecht wordt niet teruggegeven.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de ontheffing van het inburgeringsexamen is ongegrond verklaard.