ECLI:NL:RBDHA:2024:4582

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
2 april 2024
Publicatiedatum
2 april 2024
Zaaknummer
NL24.257 V
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzet tegen buitenzitting-uitspraak in vreemdelingenzaak ongegrond verklaard

Opposant heeft verzet ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 7 februari 2024, waarin het beroep tegen het besluit van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 27 december 2023 ongegrond werd verklaard zonder zitting. De rechtbank heeft het verzet op 19 maart 2024 behandeld, waarbij opposant werd bijgestaan door een gemachtigde en de Staatssecretaris werd vertegenwoordigd.

Opposant voerde aan dat de rechtbank ten onrechte tot een vereenvoudigde behandeling was overgegaan en dat de uitspraak niet in lijn zou zijn met andere jurisprudentie, met name over het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië. De rechtbank overwoog dat het verzet zich beperkt tot de vraag of terecht zonder zitting is beslist en dat de aangevoerde argumenten vooral een herhaling van het beroep betroffen.

De rechtbank stelde vast dat de uitkomst van het beroep niet in twijfel wordt getrokken door de aangevoerde argumenten, mede omdat deze in lijn is met de hoogste bestuursrechter. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel was onvoldoende geconcretiseerd. Gelet op de feiten en omstandigheden was de vereenvoudigde behandeling terecht. Het verzet werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzet tegen de buitenzitting-uitspraak wordt ongegrond verklaard en de vereenvoudigde behandeling was terecht.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.257 V

uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van

[opposant] , opposant

V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. A. Jankie).

Procesverloop

Opposant heeft tegen de beslissing op bezwaar van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid van 27 december 2023 (het bestreden besluit) beroep ingesteld.
Bij uitspraak van 7 februari 2024 heeft de rechtbank dat beroep, zonder zitting, ongegrond verklaard.
Opposant heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan.
De rechtbank heeft het verzet op 19 maart 2024 op zitting behandeld. Opposant is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. J.E. Herlaar.

Overwegingen

1. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt die mogelijkheid als het eindoordeel buiten redelijke twijfel staat. De rechtbank heeft het beroep kennelijk ongegrond geacht. Opposant is het hier niet mee eens en heeft verzet gedaan.
Wat vindt opposant?
2. Opposant herhaalt de beroepsgronden en voert tegen de uitspraak van de rechtbank aan dat deze niet in lijn is met uitspraken van andere zittingsplaatsen over dezelfde punten. Opposant stelt zich op het standpunt dat ten aanzien van Kroatië niet kan worden uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
3. Verzet ziet op de vraag of de rechtbank ten onrechte tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan wegens de kennelijke uitkomst van – in dit geval – het beroep van opposant. Dit betekent dat de beoordeling van de rechtbank in verzet beperkt is tot de vraag of er terecht uitspraak is gedaan zonder opposant op zitting te horen. Als in verzet argumenten naar voren worden gebracht die in geval van een normale behandeling ook nog hadden kunnen worden aangevoerd, moet worden beoordeeld of hierdoor twijfel ontstaat over de uitkomst. Zo ja, dan moet de rechter het verzet gegrond verklaren zodat nader onderzoek kan plaatsvinden. [1]
4. Wat opposant in verzet heeft aangevoerd is grotendeels een herhaling van het beroep. Dat andere zittingsplaatsen anders oordelen over dezelfde rechtsvragen, levert geen twijfel op over de uitkomst van het beroep, temeer nu de uitkomst van het beroep in lijn is met de rechtspraak van de hoogste bestuursrechter over het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Kroatië. [2] Voor zover opposant een beroep op het gelijkheidsbeginsel doet, overweegt de rechtbank dat onvoldoende is geconcretiseerd in vergelijking met wie en op welke punten opposant ongelijk behandeld wordt. De rechtbank oordeelt dat een zitting de uitkomst niet anders zou hebben gemaakt. Gelet op de feiten en omstandigheden is niet ten onrechte overgegaan tot een vereenvoudigde behandeling.

Conclusie

5. Het verzet tegen de buitenzitting-uitspraak is ongegrond
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J.P. Bosman, rechter, in aanwezigheid van mr. J.R. Froma, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Zie ook de uitspraak van de hoogste bestuursrechter, de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, over het beoordelingskader in verzet,
2.13 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3411.