ECLI:NL:RBDHA:2024:4581
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
Eiser, van Syrische nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in, die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid niet in behandeling werd genomen omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eiser betoogde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet geldt voor Duitsland vanwege vermeende tekortkomingen in het Duitse asiel- en opvangsysteem, vreesde indirect refoulement en stelde dat artikel 16 en Pro 17 van de Dublinverordening van toepassing zijn vanwege zijn persoonlijke omstandigheden en proceseconomische redenen.
De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland niet aan zijn verplichtingen voldoet, dat er geen sprake is van systeemfouten die indirect refoulement rechtvaardigen, en dat zijn persoonlijke omstandigheden onvoldoende zijn onderbouwd voor toepassing van artikel 16 of Pro 17 Dublinverordening.
Daarom is het beroep ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.