Uitspraak
uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen
[naam verzoeker] , verzoeker
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
Inleiding
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
De zaak betreft een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening tegen het besluit van 21 februari 2024 waarin de tijdelijke bescherming van de verzoeker uit Oekraïne wordt beëindigd per 4 maart 2024. De verzoeker heeft beroep ingesteld tegen dit besluit en verzoekt de voorzieningenrechter om tijdens de behandeling van het beroep de tijdelijke beschermingsstatus en de daaraan verbonden voorzieningen te behouden.
De voorzieningenrechter overweegt dat het belang van de verzoeker om de bescherming te behouden zwaarder weegt dan het belang van de staatssecretaris om de bescherming per 4 maart 2024 te beëindigen, mede gezien de complexiteit en het aantal beroepsgronden. De spoedeisendheid van het verzoek is vastgesteld omdat de bescherming anders al zou eindigen voordat het beroep is behandeld.
De voorzieningenrechter besluit het bestreden besluit te schorsen totdat op het beroep is beslist en veroordeelt de staatssecretaris tot betaling van de proceskosten van € 875. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open. De uitspraak is gebaseerd op de relevante Europese richtlijnen en uitvoeringsbesluiten betreffende tijdelijke bescherming van ontheemden uit Oekraïne.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.