ECLI:NL:RBDHA:2024:4500
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser, een Tunesische asielzoeker, maakte bezwaar tegen het besluit van de staatssecretaris om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Zwitserland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening. Zwitserland had het verzoek tot terugname van de asielaanvraag geaccepteerd.
Eiser voerde aan dat Zwitserland zich niet aan internationale verplichtingen houdt vanwege racisme en discriminatie jegens niet-Oekraïense vluchtelingen, en dat hij risico loopt op indirecte refoulement. Hij verwees naar rapporten van Amnesty International en VN-experts.
De rechtbank oordeelde dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt en dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro of artikel 4 Handvest Pro. Ook is er geen sprake van risico op indirecte refoulement. De staatssecretaris mocht op goede gronden het verzoek niet zelf in behandeling nemen op grond van artikel 17 Dublinverordening Pro.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit van 5 december 2023 bleef in stand. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.