ECLI:NL:RBDHA:2024:4476
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening behoud tijdelijke bescherming vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 11 maart 2024 een besluit genomen waarin is vastgesteld dat verzoeker vanaf 5 maart 2024 niet langer rechtmatig in Nederland verblijft en binnen vier weken de Europese Unie moet verlaten. Dit terugkeerbesluit is gebaseerd op het beëindigen van de tijdelijke bescherming volgens Richtlijn 2001/55/EG na 4 maart 2024.
Verzoeker heeft op 4 maart 2024 beroep ingesteld tegen dit besluit en tegelijkertijd een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend om tijdens de behandeling van het beroep zijn tijdelijke bescherming en de bijbehorende voorzieningen te behouden. De voorzieningenrechter heeft het verzoek zonder zitting behandeld en geoordeeld dat het verzoek kennelijk gegrond is.
De voorzieningenrechter oordeelt dat verzoeker voorlopig moet worden behandeld als een vreemdeling die nog onder de werking van Richtlijn 2001/55/EG valt totdat op het beroep is beslist. Tevens wordt de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 875,-, omdat de gemachtigde van verzoeker een verzoekschrift heeft ingediend. Deze uitspraak is bindend voor de voorlopige fase en staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Verzoeker wordt voorlopig behandeld als vreemdeling onder Richtlijn 2001/55/EG en staatssecretaris moet proceskosten betalen.