ECLI:NL:RBDHA:2024:434
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrond beroep tegen feitelijke plaatsing en vrijheidsbeperking in Handhaving- en Toezichtlocatie
Eiser verbleef sinds augustus 2023 in opvang van het COa en vertoonde herhaaldelijk agressief gedrag, leidend tot meerdere waarschuwingen en gedragsmaatregelen. Na een incident op 24 september 2023 met intimiderend en bedreigend gedrag werd eiser in de HTL geplaatst. Op 18 november 2023 verbleef eiser feitelijk al in de HTL zonder een plaatsingsbesluit of vrijheidsbeperkende maatregel, waarna op 19 november 2023 formeel beide besluiten werden genomen.
Eiser voerde aan slachtoffer te zijn van agressie door een minderjarige medebewoner en stelde dat het politieadvies bij het besluit had moeten worden gevoegd. Verweerders betwistten dit en benadrukten de ernst van de bedreigingen van eiser, waaronder dreigingen van fysiek en seksueel misbruik van kinderen.
De rechtbank oordeelde dat het gedrag van eiser niet gerechtvaardigd was door eerdere agressie jegens hem, dat het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel voldoende waren gemotiveerd en rechtmatig waren genomen. Wel werd geoordeeld dat de feitelijke plaatsing en vrijheidsbeperking op 18 november zonder geldige grondslag plaatsvond, wat immateriële schade veroorzaakte.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze feitelijke handeling gegrond, veroordeelde de Staat tot een schadevergoeding van €50 en veroordeelde verweerders ieder voor de helft in de proceskosten. Het beroep tegen het formele plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de feitelijke plaatsing en vrijheidsbeperking is gegrond verklaard met een schadevergoeding van €50, terwijl het beroep tegen het plaatsingsbesluit en de vrijheidsbeperkende maatregel ongegrond is verklaard.