ECLI:NL:RBDHA:2024:4272

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 maart 2024
Publicatiedatum
27 maart 2024
Zaaknummer
NL24.6793
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:83 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverantwoordelijkheid Zwitserland

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van 22 februari 2024 waarbij zijn asielaanvraag niet in behandeling werd genomen omdat Zwitserland verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling. Tevens verzocht hij de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening te treffen om het bestreden besluit te schorsen.

De voorzieningenrechter heeft op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht zonder zitting uitspraak gedaan. Daarbij is het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen omdat bij uitspraak in een verwante zaak (zaaknummer NL24.6792) reeds op het beroep is beslist, waardoor het verzoek kennelijk ongegrond is.

Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open, waarmee de beslissing definitief is.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.6793

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], V-nummer: [nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. E.S. van Aken),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder

Procesverloop

Bij besluit van 22 februari 2024 (het bestreden besluit) heeft verweerder de asielaanvraag van verzoeker niet in behandeling genomen op de grond dat Zwitserland daarvoor verantwoordelijk is.
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van vandaag, zaaknummer NL24.6792, heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep. Het verzoek wordt daarom als kennelijk ongegrond afgewezen.
2. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. K.M. de Jager, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.