ECLI:NL:RBDHA:2024:4269

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
21 maart 2024
Publicatiedatum
27 maart 2024
Zaaknummer
NL23.40277
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 AwbWBV 2022/22
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen niet-tijdig beslissen asielaanvraag wegens prematuur ingebrekestelling

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op zijn asielaanvraag, die hij op 31 augustus 2022 in Nederland indiende. Eerder had hij een verzoek ingediend in Italië, een andere Dublin-lidstaat. Na een terugnameverzoek aan Italië op 18 oktober 2022 werd eiser niet binnen de overdrachtstermijn overgedragen.

Op 29 juni 2023 werd eiser door de Immigratie- en Naturalisatiedienst toegelaten tot de nationale procedure, waardoor Nederland verantwoordelijk werd voor de asielbehandeling. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou op 29 december 2023 eindigen, maar met de verlenging van negen maanden door de WBV 2022/22 eindigt deze pas op 29 september 2024.

Eiser diende op 10 december 2023 een ingebrekestelling in, maar dit was te vroeg omdat de beslistermijn nog niet verstreken was. De rechtbank oordeelt dat aan de vereisten van artikel 6:12 Awb Pro niet is voldaan en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet-tijdig beslissen op de asielaanvraag is niet-ontvankelijk verklaard wegens prematuur ingediende ingebrekestelling.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL23.40277

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. E.G. Grigorjan),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Eiser heeft op 27 december 2023 beroep ingesteld tegen het niet-tijdig beslissen op zijn asielaanvraag.
De rechtbank doet op grond van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb wordt voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep het niet tijdig nemen van een besluit met een besluit gelijkgesteld.
2. Op grond van artikel 6:12, tweede lid, van de Awb is bepaald dat het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.
3. Eiser heeft op 31 augustus 2022 een asielaanvraag gedaan in Nederland. Eiser had op dat moment echter al een verzoek ingediend in een andere Dublin-lidstaat, namelijk Italië. Op 18 oktober 2022 is een terugnameverzoek aan Italië ingediend. Eiser is niet binnen de overdrachtstermijn aan Italië overgedragen.
4. Op 29 juni 2023 is eiser door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) bericht dat hij alsnog wordt toegelaten tot de nationale procedure. Hierdoor is Nederland per 29 juni 2023 verantwoordelijk geworden voor de behandeling van de asielaanvraag. De wettelijke beslistermijn van zes maanden zou daarom in geval van eiser op 29 december 2023 eindigen. Verweerder heeft met de inwerkingtreding van de WBV 2022/22 [1] de beslistermijn verlengd met negen maanden, waardoor deze voor eiser pas op 29 september 2024 zal eindigen.
5. Dit betekent dat op het moment van de ingebrekestelling, die bij verweerder is ingediend op 10 december 2023, de beslistermijn nog niet was verstreken. Deze ingebrekestelling is dus te vroeg ingediend. Aan de vereisten van artikel 6:12 van Pro de Awb is niet voldaan. Daarom is het beroep van eiser tegen het uitblijven van een besluit op zijn asielaanvraag niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A.C.J. van Dooijeweert, rechter, in aanwezigheid van A.S.J.I. Hendrickx, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Staatscourant van 26 september 2022, nr. 25755.