Eiser, van Russische nationaliteit, diende een asielaanvraag in Nederland in nadat hij via Zwitserland aan Frankrijk was overgedragen. De staatssecretaris nam de aanvraag niet in behandeling op grond van de Dublinverordening, omdat Frankrijk verantwoordelijk zou zijn. Eiser voerde aan dat hij in Frankrijk geen opvang kreeg, zijn aanvraag niet in behandeling werd genomen en dat hij ernstige klachten had ingediend. Hij stelde dat de Dublinverordening niet op hem van toepassing was en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet kon worden aangenomen vanwege de situatie in Frankrijk.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris de zienswijze van eiser, ingediend na het voornemen, niet had betrokken bij het besluit, wat leidde tot een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek. Hoewel de Dublinverordening formeel van toepassing is, heeft de staatssecretaris onvoldoende onderzoek gedaan naar de specifieke omstandigheden van eiser in Frankrijk en zijn bezwaren niet adequaat beoordeeld.
De rechtbank concludeerde dat het besluit niet in stand kan blijven en vernietigde het. De staatssecretaris moet binnen zes weken een nieuw besluit nemen, waarbij de zienswijze en de omstandigheden van eiser zorgvuldig moeten worden betrokken. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser.