ECLI:NL:RBDHA:2024:4228

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
26 maart 2024
Publicatiedatum
26 maart 2024
Zaaknummer
NL24.6351
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • H. Hansen - Telman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening na gegrondverklaring beroep asielaanvraag

Verzoeker, van Marokkaanse nationaliteit, diende een asielaanvraag in die door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op 13 februari 2024 werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Verzoeker stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek om voorlopige voorziening op 18 maart 2024, waarbij verzoeker en zijn gemachtigde niet verschenen, terwijl de staatssecretaris werd vertegenwoordigd. De rechtbank heeft bij uitspraak op dezelfde dag het beroep gegrond verklaard, waarmee het bestreden besluit is vernietigd.

De voorzieningenrechter oordeelde dat er geen noodzaak was voor het treffen van een voorlopige voorziening en wees het verzoek daarom af. Daarnaast veroordeelde de voorzieningenrechter de staatssecretaris tot betaling van de proceskosten van verzoeker, vastgesteld op € 875,- conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter H. Hansen - Telman en is niet vatbaar voor hoger beroep of andere rechtsmiddelen.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen, het beroep gegrond verklaard en de staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.6351

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam] , verzoeker,

geboren op [geboortedatum] ,
van Marokkaanse nationaliteit,
V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. H.J. Janse)
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, de staatssecretaris

(gemachtigde: mr. V.R. Bloemberg).

Procesverloop

Bij besluit van 13 februari 2024 heeft de staatssecretaris de asielaanvraag van verzoeker in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
Verzoeker heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Hij heeft verder de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tezamen met de zaak NL24.6350, op 18 maart 2024 op zitting behandeld. Eiser en zijn gemachtigde zijn met kennisgeving niet verschenen. De staatssecretaris heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

1. Bij uitspraak van heden heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep en dat beroep gegrond verklaard. De voorzieningenrechter ziet geen omstandigheden die het treffen van een voorlopige voorziening noodzakelijk maken en wijst het verzoek dan ook af.
2. Nu het beroep gegrond is verklaard, ziet de voorzieningenrechter aanleiding om de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten van verzoeker. De voorzieningenrechter stelt de proceskosten op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht vast op € 875,- (één punt voor het indienen van het verzoek om een voorlopige voorziening, met een waarde van € 875,- per punt).

Beslissing

De voorzieningenrechter:
- wijst het verzoek om voorlopige voorziening af;
- veroordeelt de staatssecretaris in de proceskosten van verzoeker tot een bedrag van
€ 875,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H. Hansen - Telman, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. P.C.J. Lindeijer, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.