ECLI:NL:RBDHA:2024:420

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 januari 2024
Publicatiedatum
17 januari 2024
Zaaknummer
NL24.118
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • B.F.Th. de Roos
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 59 VwArt. 96 lid 3 VwVreemdelingenwet 2000
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling

Eiser, een vreemdeling met de Surinaamse nationaliteit, maakte bezwaar tegen het voortduren van een maatregel van bewaring opgelegd door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank had deze maatregel reeds eerder getoetst en verklaard rechtmatig tot 22 november 2023. Het beroep richt zich op de periode daarna.

Eiser stelde dat de overheid onvoldoende voortvarend handelde, met name ten aanzien van onderzoek naar zijn mogelijke verblijfsrecht in België. De rechtbank oordeelde dat eiser dit verblijfsrecht niet had onderbouwd en verwees naar een eerdere uitspraak waarin dit reeds was vastgesteld. Daarnaast bleek uit het dossier dat eiser zelf de voortgang van zijn uitzetting naar Suriname belemmerde door niet te verschijnen bij een vertrekgesprek.

De rechtbank concludeerde dat er geen aanwijzingen waren dat de maatregel van bewaring onrechtmatig was in de relevante periode. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL24.118

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam], eiser

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. A. Agayev),
en

de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, verweerder.

Procesverloop

Verweerder heeft op 8 november 2023 aan eiser de maatregel van bewaring op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw [1] opgelegd. Deze maatregel duurt nog voort.
Eiser heeft tegen het voortduren van de maatregel van bewaring beroep ingesteld.
Verweerder heeft een voortgangsrapportage overgelegd.
Eiser heeft hierop gereageerd.
De rechtbank heeft bepaald dat een onderzoek ter zitting achterwege blijft en het onderzoek gesloten op 5 januari 2024.

Overwegingen

1. Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedatum] en de Surinaamse nationaliteit te hebben.
2. Indien de rechtbank van oordeel is dat de toepassing of tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring in strijd is met de Vw dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is, verklaart zij op grond van artikel 96, derde lid, van de Vw het beroep gegrond en beveelt zij de opheffing van de maatregel of een wijziging van de wijze van tenuitvoerlegging daarvan.
3. De rechtbank stelt voorop dat zij deze maatregel van bewaring al eerder heeft getoetst. Uit de uitspraak van 29 november 2023 volgt dat de maatregel van bewaring tot het moment van het sluiten van het onderzoek dat aan die uitspraak ten grondslag ligt, 22 november 2023, rechtmatig was. [2] Daarom is bij de beoordeling van de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel van bewaring slechts de periode sinds 22 november 2023 van belang.
4. Eiser voert aan dat verweerder onvoldoende voortvarend handelt. Verweerder heeft pas op 15 november 2023 actie ondernomen om te achterhalen wat de verblijfsrechtelijke positie van eiser in België is. Het is niet duidelijk of verweerder al contact heeft opgenomen met de Belgische IND.
5. Voor zover eiser stelt dat verweerder voortvarend moet handelen om het mogelijke verblijfsrecht van eiser in België te onderzoeken, verwijst de rechtbank naar de uitspraak van 29 november 2023. In die uitspraak heeft de rechtbank namelijk geoordeeld dat eiser niet heeft onderbouwd dat hij een verblijfsrecht heeft in België en dat verweerder terecht geen rekening heeft gehouden met de enkele verklaring van eiser dat hij mogelijk een verblijfsrecht in België heeft. Eiser heeft nog steeds niet onderbouwd dat hij een verblijfsrecht heeft in België en ook is niet gebleken van enige poging van eiser om aan stukken te komen. Gelet daarop bestaat geen aanleiding om anders te oordelen dan in de uitspraak van 29 november 2023.
6. De rechtbank ziet voorts geen aanleiding voor het oordeel dat verweerder onvoldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser naar Suriname. Uit het voortgangsrapport blijkt dat na 22 november 2023 eenmaal is gerappelleerd bij de Surinaamse autoriteiten op 12 december 2023 en op 28 december 2023 een vertrekgesprek met eiser is gevoerd. Uit het dossier blijkt verder dat eiser op 14 december 2023 geweigerd heeft om te verschijnen bij een vertrekgesprek. Door niet te verschijnen bij een vertrekgesprek staat eiser zelf aan een voortvarende uitzetting in de weg.
7. Ook overigens is niet gebleken dat de bewaring van eiser in de te toetsen periode onrechtmatig moet worden geacht.
8. Het beroep is ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt daarom ook afgewezen.
9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B.F.Th. de Roos, rechter, in aanwezigheid van mr. W. van Loon, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op www.rechtspraak.nl.
De uitspraak is bekendgemaakt op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Voetnoten

1.Vreemdelingenwet 2000.
2.NL23.35663.