ECLI:NL:RBDHA:2024:4198
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- B.F.Th. de Roos
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen beëindiging tijdelijke bescherming Oekraïense verzoekster
Verzoekster, een Oekraïense derdelander, kreeg tijdelijke bescherming die volgens het bestreden besluit van 7 februari 2024 zou eindigen na 4 maart 2024. Verzoekster stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening zodat zij haar beschermingsstatus en de daaraan verbonden voorzieningen kan behouden gedurende de beroepsprocedure.
De voorzieningenrechter oordeelde dat onverwijlde spoed aanwezig was omdat de tijdelijke bescherming na 4 maart zou eindigen en het beroep niet tijdig kan worden behandeld. Gelet op de aard en het aantal beroepsgronden weegt het belang van verzoekster om haar status te behouden zwaarder dan het belang van verweerder om de bescherming direct te beëindigen.
Daarom werd het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen door het bestreden besluit te schorsen totdat op het beroep is beslist. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van verzoekster, vastgesteld op €875 conform het Besluit proceskosten bestuursrecht.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter B.F.Th. de Roos en griffier S.D.C.J. Verheezen, en is openbaar gemaakt via rechtspraak.nl. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de tijdelijke bescherming wordt geschorst totdat op het beroep is beslist.